|
Grote Parkieten en Kaketoes Harm Reinders |
|
pruimkop parkieten (psittacula cyanocephala) We hebben plm. 7 koppels pruimkop parkieten in wildkleur - grijsgroen - lutino - opaline -. Ook hebben we regelmatig splitten en kanssplitten. De pruimkopparkiet dankt zijn naam aan zijn "pruimrode" kopkleur, een kleur die de pop niet heeft, deze heeft namelijk een grijze kop. Tevens mist de pop de schoudervlek, de blauwe waas en heeft ze geen zwarte nekband. De man meet van kop tot einde staart 34 centimeter, de pop is een centimeter korter. De pruimkop komt voor in Sri Lanka, Oost Pakistan, India en van Nepal tot Bhutan. Hij voedt zich voornamelijk met fruit en zaden. In de broed periode wordt dit aangevuld met eivoer. Uiteraard dient hij permanent te beschikken over grit en sepia. De pruimkopparkiet kent geen ondersoorten. Wel zijn er in de loop der jaren in een paar mutaties opgetreden. Dit gaat om de kleurslagen, grijsgroen en cinnamon. Ook zijn zeldzaam de volgende kleurslagen waar genomen, deze zijn echter nog niet in een standaardeis verwerkt. Het gaat om de kleurslagen: recessief lutino, lutino (SL), blauw, overgoten, opaline, pastel of faded, recessief bont en de gele zwartoog. |
|
|
alexander parkiet Deze mooie en vooral grote parkietensoort kan wel 58 cm groot worden. Deze vogels hebben een echte kromstaart net als een papegaai. Echter alleen de staart maakt het dier tot parkietensoort. De alexander parkiet is groen van kleur en heeft een rode snavel. De poppen en mannen zijn te onderscheiden doordat de mannen een zwarte streep hebben lopen over de wang en een roze nekband. Bij jonge vogels is dit nog niet te zien, dit ontwikkeld zich pas later. De vogels zijn op een leeftijd van 3 jaar broedrijp. Uiteraard zijn er altijd vogels die eerder of wat later broedrijp zijn. Soms zie je ook dat ze op een leeftijd van 2 jaar al eieren gaan leggen. |
|